Potatolicious


Tijdens het joggen was ik al tientallen keren gepasseerd langs Potatolicious, een nieuw eethuisje op de Verloren Kost in Gent, om de hoek van de Nederkouter. Het prijst zichzelf aan als ‘healthy fastfood’, en dat het wellicht met aardappelen zou zijn, dat kon ik ook wel vermoeden. Vorige week ben ik er voor het eerst ook echt gaan lunchen, en vandaag ben ik opnieuw geweest, en ik vrees dat het niet de laatste keer geweest zal zijn.
Extreem gezellig is het niet in Potatolicious, maar wat ze serveren is dan ook zo origineel dat je het nogal snel afgewerkte interieur makkelijk vergeeft. Op een bord staan de verschillende aardappelgerechten beschreven, en allemaal hebben ze kleurrijke namen meegekregen, zoals ‘It’s a Little Fishy’, ‘Crispy Bacon’ of ‘Oh Mamma Mia’.  Allemaal bestaan ze uit een open geknipte, gekookte aardappel, waarna die overgoten wordt met allerlei toppings. Als een belegd broodje, maar dan helemaal anders. En veel lekkerder. En groter. En bovendien zijn de mensen achter de contoir verschrikkelijk vriendelijk. Ze heten je met de glimlach welkom, en zeggen met een even grote smile ‘tot ziens’ en ‘prettig weekend’.
Een extra troef is dat ze openblijven tot 21u30, waardoor je ook ’s avonds nog binnen kan binnen wippen, iets wat in weinig van dat soort snelle eetgelegenheden in mijn stad nog lukt. En ze serveren ook take-a-way. Dan krijg je je ‘Bollywood’ in een leuk doosje mee.
En alsof dat nog niet genoeg was, verandert het restaurant tussen lunch en dinner in een meer dan uitstekende koffiebar. Achter de toog hebben ze een grote espresso-machine staan, waarmee de jongens cappucino’s kunnen maken die zich kunnen meten met de beste van de stad.
Dat ze maar snel een tweede zaak beginnen, in Brussel, om de hoek van De Morgen.

City Trippin’: Chez Prune


Vorige week was ik met fotograaf Tim Dirven op stap in Parijs, voor een interview met acteur Johan Leysen. Die man heeft een indrukwekkende theater- en filmcarrière, maar is in Vlaanderen zo goed als onbekend. Nu speelt hij aan de zijde van George Clooney in The American. Dat is na Control de tweede film van de Nederlandse fotograaf Anton Corbijn, en ik kan niet wachten om hem te zien. Met Leysen had ik een bijzonder warm en interessant gesprek over ‘het werk, de liefde en het leven’, de drie redenen die hem naar eigen zeggen naar Parijs geleid hebben.
Het gesprek vond plaats aan de Quai de la Seine, een buurt waar ik nooit eerder geweest was. Het bevindt zich in het noordoosten van Parijs en bestaat uit prachtig gerenoveerde dokken. In de loodsen die aan beide zijden van het water lagen zat één bioscoop, met daarin leuke cafés. Koop je aan de ene kant een ticketje voor een film aan de andere kant, dan brengt een bootje je naar de overkant.
Het gesprek en de foto’s, die zaterdag in Zeno in De Morgen verschijnen, zaten erop tegen rond halféén, en we vroegen aan mijnheer Leysen waar we nog iets konden gaan eten en hoe we het best de twee uur die ons nog in de Franse hoofdstad restte konden spenderen (als ik op mijn lange reis één iets geleerd heb, dan wel: always trust the locals). Hij vertelde ons dat we langs het water tot aan de Place de la Republique konden wandelen, en dat we dan op een bepaald moment aan onze rechterzijde veel leuke bistro’s zouden tegenkomen, waaronder Chez Prune, waar we iets moesten eten.
Zo gezegd zo gedaan. Chez Prune is inderdaad een leuk adres. De ober, die wellicht door had dat we des petits Belges waren en ons de hele tijd met een grijns te woord stond, gaf ons een kaart waarop maar vijf gerechten stonden. Altijd een goed teken, want dan weet je dat het eten niet uit de diepvries de microgolf in gaat. Ik at lekkere zalm met puree, en Tim koos voor iets Vietnamees. En ondertussen genoten we van de typisch Parijse sfeer, met de typisch Parijse (mooie) vrouwen en de typisch Parijse (hippe) jongens rond ons. Als je nog eens in de stad bent, Chez Prune vind je in 36, Rue Beaurepaire – Quai Valmy. Santé!

Globe Bikes

Globe_haul_roadbikeaction

Globe_Roll_roadbikeaction

Telkens wanneer ik de kans krijg in Amsterdam rond te wandelen, geniet ik met volle teugen van de manier waarop de Amsterdammers door hun stad tsjezen. De meesten doen dat op moderne fietsen, maar meer dan overal elders zie je daar nog oude maar onverwoestbare modellen van legendarische Nederlandse merken, zoals Batavus of Gazelle. Fijn is dat die merken die traditionele modellen nog altijd op de markt brengen, zoals deze bijvoorbeeld,  iets wat in de autosector naar mijn gevoel veel te weinig gebeurt (wat zou het heerlijk zijn als je vandaag een Saab, een Peugeot of een Cadillac zou kunnen kopen met een moderne, milieuvriendelijke motor maar met de carrosserie en het overgrote deel van het interieur van de modellen uit de seventies). Nog fijner is dat er zelfs af en toe nieuwe merken opduiken die de traditionele fietsentraditie vandaag nieuw leven in blazen. Een mooi voorbeeld is Globe, dat ik leerde kennen door een fijn artikel in het jongste nummer van Monocle. Globe is een dochtermerk van Specialized, een Amerikaans bedrijf dat zich in no time tot één van de hipste merken heeft weten te kronen onder mountainbikers en wielertoeristen (en waarmee ook Tom Boonen koerst). Globe heeft ondertussen zes modellen uit, die nauw aansluiten bij die waarop mensen al honderd jaar rijden maar die tegelijk ook een aantal nuttige nieuwigheden in zich hebben die de moderne stadsmens van pas komen. Officiële prijzen heb ik nog niet gevonden, maar ik zie dat ze door Britse internetshops voor 600 à 900 euro verkocht worden. Best pricey, voor iets wat – jammer genoeg – snel mishandeld of gestolen wordt zodra je het ergens achterlaat. Ondanks dat minpunt spring ik de komende weken wellicht wel eens binnen bij één van de Belgische fietsenwinkels  waar ze volgens de officiële website verkocht zouden worden. 

The Lazy Dog

Lazydog

Vandaag een allez et retour naar Parijs kunnen doen. Easy as hell. Trein op  om zeven uur ’s morgens in Gent en boenk, om negen uur in la belle ville de Paris. En om zeven uur ’s avonds alweer thuis. Een mens raakt zo snel niet in – om maar iets te noemen – Mechelen. Ik mocht er een bezoek gaan brengen aan de redactie van Mediapart.fr, een internetmagazine dat werd opgericht door Edwy Plenel, voormalig directeur van Le Monde, die met zijn nieuw project interessant werk aan het verrichten is. Dat verhaal leest u vrijdag in Media.com. Gelukkig had ik na afloop nog een uurtje over om wat rond te slenteren in de buurt van die redactie, die vlakbij de  Place de la Bastille lag. Per ongeluk stootte ik op The Lazy Dog, een boekenwinkel waarover ik wel al eens gelezen had en die ik ook kende vanop de site van Postrmag, waar verteld werd dat je het magazine daar kon krijgen. Eens de deur voorbij kwam ik terecht in een waar walhalla van magistrale boeken over graphic designs, streetart, advertising… The Lazy Dog is gelijkaardig aan TOYKYO/CKZ STORE in de Hoogpoort en Gent en de shop bij Alice Gallery in de Dansaertstraat in Brussel, maar in Parijs hebben ze nog net dat ietsje meer. Bovendien heeft The Lazy Dog ook een uitstekende website waarop ik al de boeken kan bestellen die ik eigenlijk vanmiddag al had willen kopen. Dat is toen weer niet gelukt, omdat ik gewoonlijk badend in het zweet en met een hartslag van 210 een winkel uitspurt wanneer er teveel coole dingen te dicht bij elkaar liggen… Een adres die iedereen in zijn boekje ‘Parijs’ zou moeten noteren, want het is een bezoek meer dan waard. S’il vous plaît.